Humor 4.Snot
1.Met hoeveel snelheid kan snot uit je neus komen volgens de verteller?
2.Wat zou er gebeuren op de snelweg?
3.Wat zou er gebeuren als het een vliegtuig was?
4.Wat had je dan in Parijs kunnen kopen?
3.Sterke bak
1.Over welke soort pot heeft de verteller het?
2.Uit welk land komt die pot?
3.Wat gebeurde er op een keer wanneer hij het schuin hield?
4.Waar viel het deksel in?
5.Wat gebeurde er toen met de vloeistof?
2.Kabouters
1.Hoe lang is het schip ongeveer?
2.Wat is er zo bijzonder aan het schip?
3.Wat moeten de makers nog zoeken?
4.Na hoeveel weken is de boot klaar?
5.Wat gaat er allemaal dan wel mee na 3 weken?
6.Welke geluiden hoor je allemaal op de achtergrond?
1.Raket
1.Waaruit komen de wonderlijke verhalen?
2.Waar dacht Piet vaak over na?
3.Hoe was het weer vaak in de stad waar hij woonde?
4.Wat had Piet ook niet?
5.Welk soort gebrek had Piet?
6.Welk scheldwoord roepen ze wel eens op straat naar hem?
7.Wat gebeurde er op de dag dat het hem allemaal te veel werd?
8.Wat bouwde hij op zolder?
5.Paperclip (liedje)
1.Waar ligt de paperclip?
2.Wat vindt de zangeres wanneer het donker wordt ervan?
3.Waar legt ze de clip uiteindelijk?
4.Waarom, denk je?
5.Wat doet ze met de lege batterij op de vensterbank?
6.Wat plakt ze op het plastic dingetje?
7.Wat neemt ze bij zich wanneer het ligt uit mag?
Geheim 4.Geheim
1.Wat zijn volwassenen volgens de vertelstem?
2.Wat denkt de vertelstem allemaal van nieuwe schoenen?
3.Wat denkt hij wanneer hij naar Michael Jackson luistert?
4.Wat wilt hij doen wanneer hij verliest met een bordspel?
5.Wat wilt hij doen wanneer hij door een tunnel fietst?
6.Waar is hij ook nog bang voor bij de jongens?
7.Hoe klinkt de muziek, vind je?
Geheim 3.Kroontje
1.Waarnaar rook het poppenhuis van Lieke?
2.Waarmee had moeder het poppenhuis gemaakt van de vertelstem?
3.Hoe rook dit poppenhuis?
4.Wie woonde er allemaal in Liekes poppenhuis?
5.Wat heeft de vertelstem met het kroontje gedaan?
6.Waarom zou de vertelstem het ‘kroontje’ niet mooi vinden, denk je?
7.Wat gaat ze nooit doen?
Geheim 2.Roddelen
1.Wat zeggen kinderen wel eens als leugentje?
2.Wat doet ze als ze allen is (volgens de fluisterstem)?
3.Wat vind de vertelstem soms niet leuk?
4.Wat vind de fluisterstem van haar?
5.Wat heeft de vertelstem liever?
1.Hé geestje
1.Hoe zien geesten er volgens het meisje uit?
2.Waar ziet het meisje de geesten?
3.Wat moet je met geesten doen?
4.Waarom huilt het meisje plots, denk je?
6.Fikkie (23 minuten)
1.Wat zegt Jaap over David?
2.Wat wil papa doen?
3.Waarover wil papa vertellen?
4.Waar leefde Fikkie?
5.Hoeveel jaar geleden was dat?
6.Waar werd FIkkie geboren?
7.Waarom heet de hond zo?
8.Wat voor een hond was Fikkie vroeger?
9.Wat is een hondenvanger?
10.Wat is er gaande in New York?
11.Wat doen de mensen?
12.Waar zit Fikkie?
13.Naar welk glimmende chrome kijkt hij graag?
14.Wat ziet hij de brandweermannen doen?
15.Wat doet de brandweercommandant wel eens als hij Fikkie ziet?
16.Wat geeft de brandweerman John aan Fikkie?
17.Waarom duurt dit fijn moment niet lang voor Fikkie?
18.Wat trekt John aan?
19.Waar zou Fikkie het liefst zijn?
20.Hoe komt Fikkie in de brandweerwagen terecht?
21.Wat moet John al rijdend doen met de hond?
22.Wat doet John uiteindelijk met de hond?
23.Wat zien de brandweermannen bij de brand?
24.wie zit er allemaal vast?
25.Op welke verdieping zitten de mensen vast?
26.Hoe staat John (na het redden van de mensen) bij de ladderwagen?
27.Waaraan ergert John zich?
28.Wat wil John tegen het meisje zeggen?
29.Wat mag John eigenlijk nooit doen?
30.Waar blijft Fikkie uiteindelijk staan?
31.Wat doet Fikkie met John?
32.Wat zit er in de kussenssloop?
33.Waar heeft Fikkie later een grote hekel aan?
34.Hoe reageert het meisje in het begin?
35.Waarom kan John Fikkie niet mee naar huis nemen?
36.Wat koopt John voor Fikkie?
37.Waarom is de commandant de volgende dag boos?
38.Wat gebeurt er met Fikkie wanneer de commandant hem schopt?
39.Waarheen volgt John Fikkie bij de grote brand?
40.Wat ligt er op de vloer en hoe?
41.Waar is de commandant wel erg trots op bij John?
42.Wat koopt John deze keer voor Fikkie?
43.Waar zet hij dit geschenk?
44.Wat leert Fikkie allemaal bij de brandweer?
45.Hoeveel mensen en kinderen redde Fikkie?
46.Hoe sliep Fikkie voortaan?
47.Wat deden de brandweermannen met Fikkie wanneer Fikkie overleden was?
“Op een stormachtige winternacht in 1929 kwam een magere zwerfhond aanlopen bij een kazerne in Brooklyn. Hij bleek een vaardige brandweerhulp, waarop de brandweermannen hem de passende naam Fikkie gaven. Hij leerde ladders klimmen, en kon zelfs van de brandweerpaal glijden. Fikkie redde tientallen levens doordat hij feilloos de achtergebleven mensen in brandende gebouwen kon vinden. Tien jaar lang versterkte Fikkie ENGINE 203 van het New York Fire Department. Toen hij stierf lieten de brandweermannen hem opzetten. Deze waargebeurde geschiedeis vormt de basis voor dit radioverhaal. Geschreven voor kinderen van 8 tot 10 jaar, maar heel fijn ook voor iedereen die ouder is!
De muziek en geluidsvormgeving zijn gemaakt op een Standaart Theaterorgel uit 1929, hetzelfde bouwjaar als dat van Fikkie. Met dank aan EYE Filmmuseum voor het gebruik van het prachtige antieke orgel.
Stef Visjager scenario en regie, Tuur Florizoone muziek, Frans de Rond opname en montage. NTR 2015.
Een geillustreerde uitgave, waarbij je zelf de rol van John of de vadre kunt spelen (een soort karaoke hoorspel) en met een handleiding maak je eigen hoorspel is te koop bij de boekhandel.
“