2 Kinderen rennen: De ene omdat de school uit is. De andere om niet dood geschoten te worden.
2 Kinderen lachen: De ene omdat zijn toets op school goed ging. De andere omdat zijn buik eindelijk een beetje vol is.
2 Kinderen maken ruzie: De ene omdat hij achter de computer wil. De ander voor een klein stukje brood.
2 Kinderen vragen zich af: De ene wat ze gaan knutselen op school. De andere of hij de dag nog gaat redden.
2 Kinderen huilen: De ene huilt omdat zijn schaafwond bloedt. De ander huilt omdat zijn ouders dood gaan.
2 Kinderen in de wereld: De ene is net 9 geworden. De ander werd maar 9.
(met dank aan 1001 gedichten)
Anders zijn…
We zijn allemaal wat anders dan anderen…
We zijn gelukkig niet allemaal dezelfde…
Het was een beetje grappig om bij onze buren in de klas te gaan.
Deze buren zijn er alleen op dinsdag.
De leerlingen komen uit Windekind, een “buitengewone” school.
We stelden ons voor.
Ze luisterden, lachten, waren wat beschaamd, klapten, bewogen veel, …
Zij stelden zich voor of de juf deed dat voor hen.
Directie Hans liet weten dat we hen ook op dinsdag soms rond 11.00 uur op de speelplaats zullen zien. Tof!
In ons boekje van ‘de tanden’ stond ook een figuurtje uit de film ‘Frozen’.
Let It Go (Nederlands) de songtekst
De Nederlandse versie van “Let It Go” is “Laat het los”.
De sneeuw glanst zacht in het maanlicht vannacht, Van een voetstap geen blijk. Dit lege verlaten land is, vanaf nu mijn koninkrijk. Van de storm die in mij woed, had tot nu toe niemand weet. Het werd mij te veel hoe ik mijn best ook deed.
Laat niemand toe, Spreek niemand aan. Wees gehoorzaam en ga hier niet vandaan. Voel niets, doe niets dat iets verraad. Das nu te laat.
Laat het los, laat het gaan Het roer om moet om, ja dat moet. Laat het los, laat het gaan. Sluit de deuren nu voor goed. Wat men daar, Over mij beweert. Raakt me hier niet meer. En kou heeft me zowiezo nooit gedeerd.
Het is grappig dat wat afstand, Zo snel weer inzicht gaf. Want de vrees die mij steeds voort joeg, Glijd nu al van mij af.
Ik ga op zoek naar wie ik ben, Verleg de grenzen die ik ken. Geen goed of fout geldt hier voor mij, Ik ben vrij.
Laat het los, laat het gaan. Voorbij is de storm in mij. Laat het los, laat het gaan. Geen grenzen meer voor mij. Hier begeert mijn nieuwe bestaan. Onbevreesd en vrij.
Mijn kracht neemt toe, En schept een zuilen rij van steen. Mijn ziel bouwt een kasteel, Van ijskristallen om me heen. In elk kristal weerklinkt de echo van mijn geest. Ga nooit nee nooit terug, Het verleden is geweest
Laat het los, laat het. Ja ik reis uit de kilte op. Laat het los, laat het gaan. Volg deze hoge tol. Hier begeert nu mijn leven weer. Vrij en onbevreesd. Kou is voor mij nooit een punt geweest.
Er bestaan heel wat gedichtjes over oma’s en opa’s, grootouders dus.
Weldra gaan we in het zorgcentrum enkele gedichtjes vertellen.
GEDICHTEN
VOOR DE KLAS
Ik wou dat ik een slak was, dan kroop ik in mijn huisje weg…
een wandelende tak was , onzichtbaar in een kale heg.
Ik wou dat ik behang was bij het plafond daar bovenaan.
Maar liever nog niet-bang-was om dadelijk voor de klas te staan.
(Bas Rompa)
HUISWERK
Ik moet me concentreren, wil ik die vier kwijtraken, mijn proefwerk heel goed leren en ruim voldoende maken.
Daar ligt onze poes weer te maffen, die hoeft uit geen boek iets te weten.
Mijn moeder zal haar nooit straffen, al komt ze te laat met het eten.
Ze gaat door het luikje naar buiten, hoeft nooit een rapport te vrezen.
De school kon naar mij fluiten, als ik een poes zou wezen.
(Fetze Pijlman)
BUSSEN Een bus gaat heen de andere komt terug, in de ene zit Suzan in de andere zit Jan.
Vlak voor het groot hotel stoppen ’s morgens elke dag de bussen, Jan wuift naar Suzan en Suzan die wuift naar Jan, totdat ze verder gaan, heen en terug.
Zo ging het jaar na jaar, tot ze van de scholen zijn gegaan.
En later denkt dan Jan misschien heet ze niet Suzan, misschien is haar naam Marie, Sonja of Margriet
en misschien heet Jan wel Piet of Wim.
Maar als de bussen stoppen in de regen, sneeuw of wind, doet dat er helemaal niet toe, dag Jan en dag Suzan.
(Leendert Witvliet)
OPSTELLEN Ik laat een opstel schrijven over Een boswandeling, terwijl het buiten regent.
Dertig kinderen beginnen met vroeg opstaan want de zon schijnt en de vogels zingen hun hoogste lied.
Zo vrolijk blijven kan het niet. En ziet, de eerste druppel valt op hun papier. Een enkeling die niet het raam uit kijkt houdt het met moeite droog.
De helft is vanzelfsprekend weer vreselijk verdwaald en weet geen uitweg meer dan in een hut te kruipen waar – hé – een schat verborgen ligt.
Dat is nog nooit vertoond, wordt met een 6 beloond.
(Ton van Deel)
GROOTOUDERS
Grootouders Ik mis jullie dag en nacht
Heel erg veel
Dat had ik nooit verwacht
Ik mis jullie gezelligheid
Heel erg veel
Dat mis ik nu voor altijd
Lieve grootouders jullie zijn een groot gemis
Jullie zijn nu ergens anders
Op een mooi plekje wat de hemel is
Oma en Opa Ze zijn er voor je hier en daar,
Ook staan ze altijd voor je klaar.
Ze steunen me al heel mijn leven,
Daarom wil ik ze al mijn liefde geven.
Bij jullie is het altijd fijn,
Daarom wil ik zo graag bij jullie zijn.
Dat jullie mijn opa en oma zijn doet mij veel geluk,
onze band gaat nooit meer stuk.
De liefde die we elkaar geven,
Is niet voor even,
Maar voor altijd,
Tot in de eeuwigheid.
Jullie moeten weten dat ik van jullie hou,
Ik laat jullie nooit alleen staan in de kou!
Kleinkind
Klein kindje, wat ben je mooi
zo tevreden in je kleine bedje.
Je kijkt me aan en woordloos
hebben we even een gesprekje.
Je lacht zo blij alleen naar mij
ik denk jij lieve oma’s schat,
mijn leven was maar half zo mooi
als ik jou niet had gehad.
Je bent een grote knuffelpop
de mooiste van het land.
Aan jou heb ik beslist
mijn hele hart verpand.
Bij Oma (W Kusters)
Bij mijn oma draag ik sloffen.
Bij mijn oma is geen tuin.
Op de mat mag je niet zitten.
Maar ze aait over je kruin.
Met mijn oma kun je kaarten.
Bij mijn oma slaap ik graag.
Op het bed mag je niet springen.
Maar ze praat als je wat vraagt.
Bij mijn oma mag ik snoepen.
Ik kijk bij haar ook soms tv.
Als ik op haar kleine schoot zit,
valt het stilhangen niet mee.
Bij grootmoeder (Jo Kalmijn-Spierenburg)
Bij grootmoeder weet ik een kastje te staan,
zo één met een heleboel laatjes.
Daar liggen de aardigste dingetjes in.
Een album met versjes en plaatjes….
Een schelpje, waarin je, heel dicht bij je oor,
het ruisen van de zee nog kunt horen…
Een doosje, met grappige kiekjes, gemaakt,
toen ik nog niet eens was geboren.
Een stapeltje brieven, een lintje erom…
een boek met een geel verdroogd roosje…
En altijd weer, als ik bij grootmoeder ben,
bekijk ik dat alles een poosje.
Test (A. Sollie)
‘k Zal wel af en toe eens vragen of het niet te killig wordt; of ik soms nog thee moet zetten, vragen of er nog wat schort.
Of ik niet wat voor zal lezen, uit de krant of uit een boek. Eerst nog even op de emmer; eerst nog gauw een schone broek.
Nee, ik zorg vandaag voor opa; ja hoor, nee, dat kan ik best.
‘k Wil zo graag verpleger worden, dus dit is een goeie test.
Pudding, sinaas, glaasje water. Zalfje, windel, pleister, pil.
Maar constant z’n hand vasthouden is nog ’t liefste wat hij wil.
1.De Sint gaat gaan De wind die woeit
De koe die loeit
De koude sneeuw
Een witte leeuw
Een kaars is aan
De Sint gaat gaan
Een leuke mop
Met zwarte drop
Cadeau’s met “Oooo!”‘s
En een rode roos
Het witte paard
Op een schip dat vaart
2.Sinterklaas Zie de maan schijnt door de bomen, Sinterklaas is weer gekomen, met de stoomboot zijn paard en de pieten.
De sinterklaastijd is gewoon om te genieten.
De kinderen maken hun verlanglijstjes al, maar je weet nooit welk cadeautje komen zal.
Elke avond zetten ze hun schoen, wat zal sinterklaas er in doen?
En op 5 december gezellig met de familie bij elkaar, al het lekkers staat al klaar.
Iedereen gaat vrolijk zingen, en denkt alleen maar aan mooie dingen.
Als je lief bent geeft de sint je wat cadeaus.
Het liefst heb je iets wat je zelf uitkoos.
Als ze dan eindelijk alles hebben rond gebracht, dan roept iedereen dankjewel en tot volgende jaar met een brede glimlach.
Hoe zet ik mijn schoen klaar?
3.Lieve Sinterklaas Lieve Sinterklaas
U geeft altijd cadeautjes en dat maakt ons zo blij!
Maar ik wil ook iets geven en dat krijgt u van mij!
Het zit niet in een pakje.
Het zit niet in een doosje.
Het heeft ook geen gewicht.
Want het is een gedicht!
Een versje en een wens.
Speciaal voor de verjaardag van onze goede Sint.
Omdat ik u wil zeggen hoe aardig ik u vind.
Lieve Sinterklaas. Ik wil u ook bedanken. Voor alles wat u geeft. En dat u vele jaren. Nog heel lang leeft!
4.De voetsporen in de sneeuw De sneeuw begint te plakken, de laatste vogels op de takken.
De familie bij de haard, behalve vader is hout hakken.
Daar een klop op de deur, met een houtachtige geur.
Jutten zakken met cadeaus, de winter krijgt weer wat kleur.
De sint of een piet, dat weten we niet.
Wie was het toch, die zo snel de deur verliet?
Vader komt achterom binnen, vraagt een spelletje te beginnen.
Al snoepend en slurpend, spelen de kinderen om te winnen.
’s Morgens vroeg na een warme thee, sneeuwballen gooien met zijn twee.
De oudste ziet een voetspoor van deur tot deur, houdt zich wijselijk stil en speelt gezellig mee.
Wie betaalt het speelgoed?
5.Sinterklaasintocht op tv Sinterklaas is weer in het land, en er is weer wat aan de hand.
Het schip is te vol beladen, ze hadden dus te veel pakjes ingeladen.
Gelukkig kwam de boot heel aan in Leuven.
De Sint wist van niks en was totaal verrast, overal ballonnen wat een pracht.
Leuven was in het rood, aangekleed met ballonnen.
6.Voor jou Weldra vertrekt de boot van Piet en Sint.
Maar één cadeautje is nog achtergebleven,voor een heel uitzonderlijk schrijverskind.
Het is een heel klein briefje. Waarop staat geschreven:
‘Ik hou van je, m’n liefje.’
7.Het paard van Sinterklaas Het paard van sinterklaas staat in de hal, dus niet in de stal.
Toen kwam er een zwarte piet, maar hij zag het paardje niet.
Hij keek in de stal, hij keek bijna overal.
Maar het paard was nergens te bekennen, dus zwarte piet zette het op een rennen.
Toen kwam er een piet aan en zei: “Wat doet het paard van Sinterklaas in de hal en waarom staat hij niet in zijn stal?”
Ooit zong een meisje over 99 luchtballonnen.
En dat zong ze nog eens opnieuw…veel rustiger
Begin september stijgen er in Sint-Niklaas zeer veel ballonnen op tijdens de vredesfeesten.
Ze hebben daar dan ook de grootste markt van België!
Kijkje nemen op Google Maps.