Hier lees je het Zonnelied van Sint-Franciscus.
Op deze tijdsband zie je hoe zijn leven verliep.
“Stel je voor: op een dag laat je alles achter, je sociale positie, al je bezittingen, zelfs de kleren die je draagt en je begint een nieuw leven, een leven in armoede, ondergeschikt aan iedereen. Dat is precies wat Franciscus van Assisi deed.
De orde van de minderbroeders bestaat al meer dan 800 jaar! Franciscus trok in 1209 naar Rome om aan de paus de toestemming te vragen om met iets totaal nieuws te beginnen. Hij en zijn volgelingen wilden niet leven als monniken in grote machtige abdijen, maar gewoon tussen het volk. ”
Neen, KIVA is geen lokroep om duiven naar hun hokje te lokken. 😉
Het is een Fins woordje. Het komt overeen met: ‘fijn’, ‘leuk’ en ‘tof’.
We horen dit woordje wel vaker horen op school.
Niet dat het tot nu toe niet fijn was, hoor. 😉
We maken een fijne plek op een plaats waar je wel eens van ’s morgens 8.00 uur tot ’s namiddags 15.30 uur (meer dan 7 uren) samenleeft.
Op die manier zorgen we ervoor dat we een aangename schooltijd beleven.
Niet te veel geruzie, geen gepest, maar vooral veel fijne momenten van samenspel en samenwerking, in en buiten de klas.
Want: iedereen hoort erbij – iedereen heeft respect voor anderen – niemand wordt gepest – iedereen kan rekenen op de steun van anderen – anders zijn mag.
Vroeger was er wel eens een slogan: pesten, weg ermee.
Uiteraard is dat goed, maar eigenlijk werd er een even erge slogan gebruikt om het probleem aan te pakken.
De kinderrechtencommissaris begreep waarom meester Steven dit liet weten en was er in feite mee akkoord dat het niet zo wijs was.
Dus: we gaan voor + .
Zoals overal en ieder jaar oefenen we op school hoe we de klas/ de school moeten verlaten.
We horen een sirene.
We laten alles liggen.
De leerlingen doen geen schoenen aan, ze hebben wellicht hun pantoffels aan.
(belangrijk: er kunnen nagels, glasscherven, smeulende houtresten, … liggen)
De lichten mogen niet worden aangedaan of uitgedaan.
Toestellen moeten wel uit.
De klasdeur en de ramen mogen niet op slot, wel dicht.
De meester of juf telt de leerlingen in de gang.
Ze stappen allen langs de nooduitgang naar de afgesproken plaats buiten de school. (Speelveld)
De meester of juf telt de lln. nog eens na.
De meester gaat naar de verantwoordelijke om mee te delen dat iedereen er is.
We wachten tot wanneer de verantwoordelijke en de brandweer de school “vrijgeeft”.
Dit meisje maakt een naamgedicht van ‘hoornschelp’.
HOORNSCHELP Hoornschelp Ooit gevonden op het strand. Overal mooie strepen. Ribbeltjes aan alle kanten. Nooit niks op jou te zien. Schattig lag jij in het zand. Cake ruikt lekker en mooi, zo zie jij eruit. Het was een wonder dat ik jou vond. Een mooie schelp dat ben jij. Lekker lopen op het strand. Plotseling vond ik jou.
Het platteland Een middeleeuwse stad in Vlaanderen omstreeks 1350. De eerste tekenen van de pest zijn zichtbaar. Een veertienjarig meisje, Lyntje, is op de vlucht en vraagt asiel in een klooster. Ze wordt ervan beschuldigd een kostbaar sieraad te hebben gestolen. In dit klooster met z’n hospitium, de apotheek en het scriptorium wordt Lyntje ondervraagd. Zal ze mogen blijven?
Het kasteel De kasteelheer verleent gratie aan Geerten, die bij deze gelegenheid het huwelijk aankondigt van zijn zoon Godfried met de Vlaamse Lidewey. Het hele dorp moet diensten verrichten voor het feest. Lidewey verstopt het gestolen sieraad in de amulet van Lyntje. Als Lyntje van diefstal wordt beschuldigd gaat ze op zoek naar Godfried.
De stad Lyntje zwerft rond in de stad. Een zwerfster ontfermt zich over haar. Ze belanden in een gasthuis en vertoeven op een kerkhof. Ze trekken langs winkeltjes van ambachtslieden, doen navraag bij de stadspoort en het gildehuis. Daar wordt Lyntje door Lidewey ontdekt. Lyntje vlucht.