nr.1 Waar is jouw plaats?
-Lees de woorden
-Kleur het dubbele kopje in elk woord.
-Schrijf de woorden in de goede rij.
Woorden met kl- en st-
nr. 2 Ik zie jouw staart
-Lees de woorden.
-Kleur de dubbele staart in elk woord.
-Schrijf de woorden in de goede rij.
Woorden met -mp en -rt
nr. 3 Denksport
-Zoek de woorden.
-Begin met de vetgedrukte letter.
-Schrijf de woorden goed op.
Woorden die beginnen met p – d – s – g – f -p
nr. 4 mooie prenten
-Schrijf bij elke prent het goede woord.
-Kies een woord uit.
-Schrijf met dat woord een goede zin.
Les 69 Getallen: de maal- en deeltafels van 2, 10, 5, 4 en 3 nr. 1
-Vul de getallenassen verder aan.
-Teken de sprongen met boogjes.
-Kleur de hokjes in gelijke groepjes.
-Vul alle tafelgetallen in.
nr.2 Vul in!
WO nr. 1 – 4/ nr. 1 – 5
Waar zijn we?
Welke dagen staan niet op het bord?
Muhammad Ali, geboren als Cassius Clay, was de Amerikaanse, wereldberoemde bokser.
Hier geeft het Jeugdjournaal van Nederland een prachtig overzicht over Ali, sporter van de eeuw.
Door de vele slagen in zijn leven, leed hij aan de ziekte van Parkinson. Waarom topsport niet altijd zo goed is… 😦
Hoewel meester Steven deze sport niet zo graag ziet, is het toch nodig om over deze legendarische sporter te spreken.
Uiteraard hoort boksen niet op straat, maar wel in de (sport)ring thuis.
Omdat “boksen” niet steeds met ruzie te maken heeft.
Het is een sport, een discipline.
Je leert er je door te beheersen.
En vooral: alleen oefenen in de lagere school op een boksbal en -zak.
Omdat deze tekst echt wel interessant is.
“In het voorjaar beginnen allerlei planten te groeien. Ook de aspergeplanten.
Hier onder dit plastic zitten zulke aspergeplanten. Het plastic zorgt ervoor dat de grond goed warm is, zodat de planten sneller groeien.
De grond is opgehoogd tot kleine heuvels. Zo blijft de aspergeplant langer onder de grond en kunnen de stengels goed dik worden.
Asperges worden één voor één met de hand uit de grond gehaald.
Als de aspergesteker scheurtjes in de grond ziet, of een stukje van de plant boven de grond ziet komen, weet hij dat een asperge goed is, en kan de asperge geoogst worden.
Na de oogst worden de asperges gewassen. Daarna worden ze gesorteerd op lengte en dikte. Zo worden de asperges klaargemaakt voor de veiling. Op de veiling worden de asperges nog eens goed gecontroleerd.
Dan kunnen ze worden geveild. De kopers kijken naar de veilingklok, die de prijs van de asperges aangeeft. Zodra een koper de prijs aantrekkelijk vindt, drukt hij op een knop. Wie het eerst drukt, heeft de asperges gekocht.”
Typ hier de woordjes in: woordenlijst.
Dan zie je of het een “de” of “het” woord is en mannelijk, vrouwelijk of onzijdig (het).
Achter het woord staat dan (m) of (v) of (o).
-Extra sport
-Extra denksport: schaken
-PO: doosje schilderen
1.Rekenen Mich, Lis, Art, Sh, Cl, And, Y-S derde leerjaar: DAGTAAK DT 22 Taak na blok 5 – les 17 Taak 38 nr. 1 teken de rechthoek van 10 m op 9 m + poortje van 1 m
Hoeveel meter draad heb je nodig?
nr.2 Geef de juiste naam bij de driehoeken Wiskanjer: Driehoeken (klik hier)
2.Taal Mich, Lis, Art, Sh, Cl, And, Y-S
Thema 10 Les 9: Een blubbertaaltje Taalboek blz. 41
Bekijk de foto’s van de mensen.
Wat zie je op hun gezicht?
Hoe voelen ze zich?
Wat denken ze?
Waaraan denken ze?
Het is beter om je “spreker” te zien bij het luisteren.
+ derde leerjaar: DAGTAAK DT 22 Mich, Lis, Art, Sh, Cl, And, Y-S
Thema 6 Daar schuift ze uit huistaak 11
nr. 1 Gaan met die banaan => woorden met één klinker “a” (klinkt lang)
nr. 2 Hoe meer zielen (schrijf het meervoud) Taalkanjer: verenkelen en verdubbelen (klik hier)
nr. 3 Prenten zoeken woorden (woorden met korte of lange klank)
Lor, Fab, (And), Dip tweede leerjaar: DAGTAAK DT 23
Taal
Thema 6 Fwiet huistaak 11 nr. 1 Graag traag vandaag (be-, ge- ,ver-)
nr. 2 Naar de winkel
nr. 3 Zo, schrijf maar mee (Schrijf met elk woord een goede zin)
Opdracht lezen: Bedenk zelf een goede titel bij ieder gedicht.
Lor, Fab, (And), Dip
tweede leerjaar: DAGTAAK DT 23
Rekenen
Les 60: Meten; de decimeter nr. 1 Meet met je meetlat!
nr. 2 Hoe lang is het lijnstuk [AB] ?
nr. 3 Meet de afstand tussen de aankomst en de voorwielen!
nr. 4 Teken met je meetlat de volgende lijnstukken! (begin- en eindpunt!)
nr. 5 Teken met je meetlat! Een letter van het lijnstuk staat al gedrukt.