Nederlandse taal

Enkele oefeningen voor anderstaligen. Klik steeds op de uil.

Taal 1: rijmwoorden, leestekens, woordzoeker MMKMM-MKMM, zinsvorming begrijpend lezen, klinkers zoeken

Taal 2 : wie/ waar/ wat/ wanneer, zinnen in de juiste volgorde, verhaal met 10 vragen, (mede)klinkers, raadsels rijmwoorden, zender- ontvanger-boodschap, wat past niet, woordenweb, zinnen en prenten volgorde verhaal

Taal 3: tegengestelden, verdelen in twee lettergrepen, gesloten lettergreep, meer lettergrepen, zinnen maken, woorden in een verhaal, twee lettergrepen, meervoud woorden d of t, begrijpend lezen

Taal 4:  drie lettergrepen, verkleinwoorden, zinnen en prenten schikken, zinnen lezen tien opdrachten, gesloten lettergreep, zender – boodschap – ontvanger, verhaal aanvullen, begrijpend lezen (meerkeuze)

Taal 5:  begrijpend lezen: elkaar begroeten, zinsdelen, zender – boodschap -ontvanger , verhaal met tien vragen, opdrachten uitvoeren, hij of zij, woordweb gevoelens, tempolezen

Taal 6: woordweb groenten en fruit, woordzoeker groenten en fruit, eigenschappen fruit, doe-woorden, zinnen aanvullen, voeding en gezondheid, woorden rubriceren, verhaal lezen en vragen beantwoorden, tempolezen

Taal 7:  aai ooi ieu eeu oei, waarheid of fantasie, hoe- en doe-woorden, (on)gelukkig, verhaal met juist of fout, hoe-woorden, diergeluiden, tempolezen

 

Taal 8:  verdubbelen, plant – ding – persoon – dier, alfabetisch rangschikken, doewoord, twee lettergrepen, mooie zinnen maken, tekeningen aanvullen bij leestekst, wie – waar- wanneer – wat – doewoord, verbodsbord, tempolezen

Taal 9:   zender – ontvanger – boodschap, hoofdletters, hoofdletters – schrijfletters, woordspin (postbode, kok) , woordenschat komen eten – ontbijt, recepten kippensoep appeltaart, verkleinwoorden, verhaal met vragen, tempolezen

Taal 10:   zinnen maken met hoofdletter, woordsoorten, verhaal met vragen, homoniem, waarheid of fantasie, tempolezen